| |
|
Panfluit uit Zuid Amerika |
|
|
Deze zo genaamde vlotfluiten of platte panfluiten komen over de hele wereld voor, maar zijn in ons land vooral bekend geworden door de straatmuzikanten uit Zuid-Amerika.
De pijpen zijn gemaakt van bamboe, meestal met touw en steunlatjes aan elkaar geknoopt en erg ruw afgewerkt.
Je vindt ze in allerlei afmetingen en verschillende stemmingen te koop aangeboden op markten, in wereldwinkels en in muziekwinkels.
|
|
|
|
|
|
|
Soms zijn het alleen maar
souvenirs voor aan de muur, maar natuurlijk zijn er ook die echt bedoeld zijn om op te gaan spelen.
Oorspronkelijk bestaat de siku uit twee panfluiten, maar 3delige kom je ook tegen. Ieder panfluit met een eigen toonreeks
Zonder elkaar kunnen ze geen melodie spelen. Ze zijn dus aangewezen op het Hoquetus spel.
|
|
|
|
Hoquetus-stijl (hikken, om de beurt spelen) komt vooral voor bij de Zuid-Amerikaanse panfluitspelers.
Iedere speler heeft een panfluit met een beperkt aantal pijpjes, varierend van 1 tot 7, die in tertsen gestemd zijn. |
|
|
De ene fluit bevat de vrouwelijke tonen, de andere de mannelijke tonen.
Door om beurten een pijpje aan te blazen klinkt de ons bekende toonladder.
Voor het spelen van een melodie zijn de muzikanten dus op elkaar aangewezen. |
|
|
Een mooi voorbeeld van samenspelen! Over het algemeen klinken de panfluiten wat heser en vaak een beetje onzuiver in vergelijking met de Roemeens panfluit.
|
|
|
|
|
|
|
|
'muzikaal, karakteristiek geluid' ©
Panfluit-vereniging.nl |